Bagan

Volgens velen de wonderlijkste plek in Zuid Oost AziŽ. 40 km2 vol met duizenden stupa's. Welgeteld 4446 stupas, pagodas, paya's en hti's (voor het gemak tempels genoemd door mij). Om over het aantal monniken nog maar te zwijgen. Ooit was het gebied rond de tempels gewoon bewoond, maar de overheid vond dat niet toerist vriendelijk en heeft iedereen in 1970 verhuisd naar een pinda veld een paar kilometer verder op. De tempels zijn allemaal hevig gerestaureerd en zien er daardoor niet altijd even spectaculair uit. Vele restauraties worden gesponseerd door welgestelde families of bedrijven. Boeddhisten investeren in hun volgende leven door veel geld uit te geven aan boeddha's en tempels. Het lijkt een beetje op het aflaat systeem dat de katholieke kerk in de middel eeuwen uitvond (maar zeg dat niet tegen een boeddhist). Bagan had zijn hoogtij dagen van 1000 tot 1400.

Volgens een Boeddhist is het huidige leven het resultaat van hun vorige leven. De meeste mensen die we ontmoet hebben waren ervan overtuigd dat ze erg slecht geleefd hebben in hun vorige leven en dat geboren worden in Myanmar hun straf was. Niet de overheid, of de Engelsen of anderen treft dan ook enige blaam voor de ellendige situatie waarin ze leven, alleen zichzelf kunnen ze daarvoor aanwijzen. Wat rest is berusting en zoveel mogelijk investeren (goed leven en tijd en geld aan boeddha weiden) voor het volgende leven. Deze levensfilosofie is niet nieuw, maar net zo oud als het Boeddhisme, vandaar ook dat Bagan (voormalig hoofdstad) zoveel heilige gebouwen heeft.

Met onze gehuurde fietsen hebben we vele van de bouwwerken bezocht en bewonderd. Zoals gezegd sommige tempels zien er beter uit dan andere. De grote tempels hebben meerdere lagen en kan je van binnenuit beklimmen. Soms zelfs nog voorzien van muurschilderingen. Andere leken net bakstenen blokkendozen. Het bezoeken van de tempels was niet altijd een intieme ervaring aangezien rond elke tempel wel een aantal 'kunstenaars' rondlopen die je graag hun kunst werken willen verkopen. Hoe groter de tempel hoe meer verkopers.

 

Thatbyinnya       

Htilominlo Pahto en twee keer Thatbyinnya. De tweede keer met de veel geziene paard en wagen. De paard en wagen gaven ons ondanks de hitte toch een beetje een kerst gevoel aangezien de bellen die aan het paard hingen een soort jingle bel geluid maakten als ze voorbij kwamen.

Uitzicht over Bagan. Zo ver het oog reikte stupa's, pagodas, pahtos, hti, etc. Wat precies de verschillen zijn tussen de ene en de andere werd mij nooit helemaal duidelijk. Ze lijken allemaal heel erg op elkaar en bevatten altijd en te immer een Boeddha beeld (meestal veel meer).

             

Monniken zien je overal in Myanmar. Iedere man gaat minstens twee keer in zijn leven het klooster in voor korte of langere tijd. Monniken eten twee maaltijden per dag. De eerste rond een uur of zes. De tweede om 10 uur s'ochtends. Daarna eten nog drinken ze. De meeste spenderen de dag met lezen en meditatie, maar lang niet allemaal.Monniken zamelen elke ochtend eten in onder de bewoners vlak bij het klooster. Het geven van eten aan een monnik is een investering in je volgende leven. Ook de kleding van de monniken wordt door weldoeners geschonken. Meestal lopen de monniken in kleine groepjes door de omgeving, maar soms nodigt een familie het hele klooster uit om bij hun eten te komen halen.

   

Urs na een dag lang langs tempels fietsen en een visser die de Ayeyarwady rivier bij Bagan opvaart.

Nog nooit heb ik tijdens een vakantie zoveel zonsopkomsten en ondergangen bekeken. Ook in Bagan was het weer prijs en beklommen alle toeristen tegen het eind van de middag de Shwesandaw Paya voor de sunset. Op weg naar het hotel heb ik de andere twee foto's genomen.

< Back>